Fragment uit Ander licht

De zon schijnt op de Joriskerk en de toren van Onze-Lieve-Vrouw, rode daken vlammen op en het water in de singel glinstert zilverachtig. De zeilen die hangen te drogen aan de boten op de Eem zijn bijna zo wit als de lakens op de bleekvelden. Op het land staan schoven graan. Behaaglijk en stoer ligt de stad erbij, in warme kleuren, veilig achter de stadsmuur met de korte stevige torens. Daarachter voeren velden, boomgaarden en bossen in zachte groenen naar de einder, waar hier en daar een takaksschuur is te zien en een kerkje dat de hemel in priemt.
'De lucht moet grijs zijn,' zegt Matthias, die zwart door het loodwit mengt, en hij kijkt naar Jasper. 'Blauwe luchten zul je nog vaak genoeg zien.'
Alida's kwast schiet uit. Ze pakt haar schildersdoek en veegt het bruinige geel weg, koren dat uit de schoof lijkt gerold.
'En voor die wolken boven de Joriskerk moet er wat oker door. Kijk kinderen, zo wordt het een echte donderwolk.'
Alida loopt met kwast en doek in de hand naar haar vader toe terwijl ze een snelle blik werpt op Jasper. Haar blonde haren vangen licht. Ook in andere hoeken van de hoge ruimte komen gouden krullenbollen in beweging, en even later buigt ze zich over de werktafel van hun vader. Ze kijkt met Maria, Pieter en Johannes hoe haar vader een tikje oker pakt met de punt van zijn paletmes en het mengt met het grijs. Jasper schildert door, hij weet precies hoe je de kleuren maakt en nooit verlummelt hij zijn tijd. Links op het enorme doek geeft hij boten hun weerspiegeling. Met de koets en de kar vol manden tabak is hij klaar. Die moet híj maar doen omdat zijn vader wagenmaker is, gespecialiseerd in kruiwagens en karren. Haar vader heeft de paarden ervoor gezet. Met snelle trefzekere streken schildert Matthias een stuk van een troebele wolk. Het is of er elk moment regen uit neer kan storten of bliksems uit tevoorschijn kunnen schieten, boven de kerk, de kerk waar zij nu zijn.
'Maar hier en daar moet er licht door de wolken vallen. Dat geeft dramatiek, spanning. Zo laat je zien waar het om gaat.'
Ze had al geleerd hoe het licht de kleur van de huizen en van het land volledig verandert. Dat er blauw nodig is, ultramarijn, om rode dakpannen en groene struiken in de schaduw te zetten. Slijpsel van steen, uit verre oosterse landen aangevoerd over zee.
Het licht is alles, dat had ze al geleerd.


Fragmenten
Fragment uit Terug in Rome
Fragmenten uit Siciliaans Testament